Wat houdt het onderzoek in?

In de ggz is de aandacht voor de palliatieve zorg van recente datum. Voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is deze zorg van groot belang, mede vanwege hun verhoogde risico op  levensverkortende lichamelijke ziekten. Tijdens dit onderzoek wordt een interventieprogramma ontwikkeld, geïmplementeerd en geëvalueerd voor deze doelgroep, zodat ook aan hen hoogwaardige palliatieve zorg kan worden geboden. Uitvoering vindt plaats in nauwe samenwerking met ggz-instellingen, patiëntvertegenwoordigers, ggz-professionals en experts. Het onderzoek wordt gefinancierd vanuit het ZonMw-programma Palliantie Meer dan zorg en heeft een looptijd van 36 maanden.

 

Wat is de betekenis voor de wetenschap?

Dit onderzoek geeft ons inzicht in mogelijkheden en strategieën om aan patiënten met EPA pro-actieve palliatieve zorg te bieden, met bijzondere aandacht voor vroegtijdige herkenning van de noodzaak tot palliatieve zorg, het effectief communiceren hierover en het inzetten van gepersonaliseerde zorg.

 

Wat is de betekenis voor het onderwijs?

Op dit moment bestaat er geen scholingsaanbod op het gebied van palliatieve zorg voor mensen met een EPA. Daarom wordt tijdens dit onderzoek een aansluitend scholingsprogramma ontwikkeld voor verschillende disciplines werkzaam in de ggz. Hierbij wordt hen kennis en vaardigheden aangeleerd om signalen, symptomen en zorgbehoeften passende bij de laatste levensfase te herkennen, te behandelen en te bespreken. Dit aanbod kan ook in het reguliere onderwijs worden ingezet.

 

Hoe draagt dit project bij aan verbetering van de zorg?

Het interventieprogramma moet handvatten bieden voor hoogwaardige palliatieve zorg aan ggz-professionals die werken met mensen met een EPA en een levensbedreigende lichamelijke ziekte. Door het vergroten van kennis en vaardigheden van de professionals moet dit leiden tot verbetering van de kwaliteit van palliatieve zorg voor deze doelgroep. Zo wordt voor deze doelgroep een hogere kwaliteit van leven bereikt en de mate van zelfregie vergroot tijdens de laatste levensfase.

 

Contactpersoon:

Karin den Boer (GGZ verpleegkundig specialist en junior onderzoeker NIVEL)

k.denboer@nivel.nl

 

Supervisoren:

Prof. dr. Berno van Meijel (Inholland / VUmc / Parnassia Groep)

Prof. dr. Anneke Francke (VUmc / NIVEL)

Read More


Wat houdt je onderzoeksproject In?

Het is al bekend dat motiverende gespreksvoering (MGV) de motivatie om leefstijlverandering vol te houden bij verschillende patiëntengroepen kan versterken. In mijn onderzoek ga ik na hoe motivatie bevorderd wordt bij patiënten met schizofrenie, die om psychoses te voorkomen langdurig medicijnen gebruiken. Dit vinden veel patiënten moeilijk vol te houden. Verder onderzoek ik hoe motiverende gespreksvoering motivatie versterkt bij patiënten die na een hartinfarct proberen te stoppen met roken.

 

Wat is de betekenis voor de wetenschap?

Het klinkt misschien vreemd, maar het is nog niet duidelijk welke elementen in zo’n motiverend gesprek het belangrijkste zijn. Daar komt bij dat er in eerder onderzoek wisselende resultaten zijn gevonden bij de twee patiëntengroepen uit mijn onderzoek. In een deel van de onderzoeken lukte het wel om de motivatie te versterken en in een ander deel niet. Als we erachter komen hoe MGV bij deze patiënten de motivatie versterkt, is dat belangrijke nieuwe kennis.

 

Wat is de betekenis voor het onderwijs?

Bijna alle verpleegkunde-studenten krijgen tijdens hun opleiding les in motiverende gespreksvoering. Wanneer kennis over de belangrijkste elementen binnen MGV in de lessen gebruikt wordt, krijgen deze studenten veel betere lessen en trainingen in MGV.

 

Hoe draagt het onderzoek bij aan verbetering van de zorg?

Als in de motiverende gesprekken van verpleegkundigen de belangrijkste MGV-elementen aanwezig zijn, helpen zij hun patiënten beter bij het uitvoeren en volhouden van leefstijlveranderingen. Dit geldt niet alleen voor de patiënten met schizofrenie of voor patiënten na een hartinfarct. Het geldt ook voor patiënten die andere leefstijlaanpassingen (bijvoorbeeld meer bewegen, afvallen, gezondere voeding) als gezondheidsadvies krijgen.

 

Contactpersoon:

Drs. Jos Dobber (promovendus)

e-mail j.t.p.dobber@hva.nl

 

Promotoren:

Prof. Dr. R.J.G. Peters (UvA-AMC)

Prof. Dr. W.J.M. Scholte op Reimer (UvA-AMC / HvA)

Copromotoren:

Dr. C.M.H. Latour (HvA)

Prof. Dr. B. van Meijel (VUmc / Inholland / Parnassia Groep)

Read More


Wat houdt het NurseSMS project in?

NurseSMS staat voor ‘Nurses’ Self-Management support’. Het betreft een onderzoeksprogramma over het thema zelfmanagementondersteuning bij mensen met ernstige ongeneeslijke ziekten. NurseSMS moet bijdragen aan een goede regionale infrastructuur voor verpleegkundig onderzoek.  De financiering van NurseSMS is vanuit het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen II.

Wat is de betekenis voor de wetenschap?
De promotiestudies van Vina Slev en Judith Huis in het Veld leveren nieuwe kennis op over hoe verpleegkundigen het zelfmanagement van mensen met een ernstige ongeneeslijke ziekte kunnen bevorderen. Dat zijn vaak mensen die in de laatste fase van hun leven zijn, en zelfmanagement is bij hen zeker niet vanzelfsprekend. Zelfmanagement(ondersteuning) van de mantelzorger is daarom ook heel belangrijk. Ook kijken Vina en Judith naar de mogelijkheden van eHealth bij zelfmanagementondersteuning. Vina richt zich daarbij specifiek op zelfmanagementondersteuning bij ongeneeslijke kanker, terwijl het bij Judith gaat over zelfmanagementondersteuning bij dementie.

Wat is de betekenis voor het onderwijs?
Beide promotiestudies bieden aanknopingspunten voor het onderwijs voor verpleegkundigen. Vina en Judith hebben bijvoorbeeld ook onderzocht wat verpleegkundigen zelf vinden van zelfmanagementondersteuning en het gebruik van eHealth daarbij. Hieruit bleek onder andere dat verpleegkundigen zich niet altijd competent voelen voor zelfmanagementondersteuning. Soms bleken ze zelfmanagement ook te verwarren met zelfzorg. Dergelijke uitkomsten bieden dus aanknopingspunten om de verpleegkundige opleidingen te verbeteren.

Hoe dragen de promotiestudies bij aan verbetering van de zorg?
In de promotiestudies zijn ondersteuningsprogramma’s ontwikkeld om het zelfmanagement van patiënten en mantelzorgers te ondersteunen.  In de promotiestudie van Judith gaat het om online zelfmanagementondersteuning door gespecialiseerde dementieverpleegkundigen (in combinatie met online-video’s en infographics) aan mantelzorgers. In Vina’s studie krijgen ongeneeslijk zieke kankerpatiënten en hun mantelzorgers zelfmanagementondersteuning van verpleegkundigen gespecialiseerd in palliatieve zorg. Deels is de ondersteuning face-to-face, deels via eHealth.

Contactpersonen:
Vina Slev, v.slev@vumc.nl
Judith Huis in het Veld, j.huisinhetveld@vumc.nl

Promotoren van Vina:
Prof.dr. Anneke Francke (VUmc en NIVEL)
Prof.dr. Irma Verdonck-de Leeuw (VU / VUmc)
Promotoren van Judith:

Prof.dr. Anneke Francke (VUmc / NIVEL)
Prof.dr. Berno van Meijel (VUmc / Inholland / Parnassia)

Copromotoren van Vina:
Dr. Nelly van Uden-Kraan (VUmc)
Dr. Roeline Pasman (VUmc)

Copromotor van Judith:
Dr. Renate Verkaik (NIVEL)

Read More